Current location

Current location: Bandar Seri Begawan, Brunei Darussalam

zondag 16 januari 2011

Ayuttaya ruins

Na een belachelijk goedkope treinrit kwamen we aan in Ayuttaya, de voormalige hoofdstad van Thailand (toen nog Siam). Per tuk tuk verkenden we de tempelruïnes: Wat Yai Chai Mongkhon voor zijn grote chedi, Wat Phra Mahathat voor het boeddhahoofd verwerkt in een bodhiboom, Wat Phra Si Saaphet voor de 3 witte chedi's en Wihaan Mongkhon Bophit voor zijn 17 m hoge gouden boeddha. We passeerden langs olifanten waarop je een ritje kon maken en stopten bij Wat Lokayasutha voor zijn 29 m lange liggende boeddha. 's Avonds bezochten we met een longtailboot Wat Panan Choeng, een Chinese tempel met een 19 m hoge gouden boeddha, Wat Phutthaisaman met een grote centrale witte prang en zagen de zonsondergang in Wat Chai Wattanaram die me enorm aan Angkor Wat deed denken. Elke avond was er ook live muziek in het Street Lamp café waar Mr Noi en zijn vrienden '60s en '70s hits speelden, al gauw vervoegd door Joao, een Braziliaanse toerist en virtuoos mondharmonicaspeler.

After a ridiculously cheap train ride we arrived in Ayuttaya, the former capital of Thailand (called Siam in those days). By tuk tuk we explored the temple ruins: Wat Yai Chai Mongkhon for its big chedi, Wat Phra Mahathat for the buddha head in a bodhi tree, Wat Phra Si Saaphet for the 3 white chedi and Wihaan Mongkhon Bophit for its 17 m high golden buddha. We passed elephants on which you can take a ride and stopped at Wat Lokayasutha for its 29 m long reclining buddha. At night we took a longtail boat to visit Wat Panan Choeng, a Chinese temple with a 19 m high golden buddha, Wat Phutthaisaman with a big central white prang and saw the sunset in Wat Wattanaram which reminded me a lot of Angkor Wat. Every night there was live music at Street Lamp bar where Mr Noi and friends played '60s and '70s hits, soon assisted by Joao, a Brazilian tourist and virtuoso harmonica player.


Floating and watching tigers around Kanchanaburi

Vanuit Bangkok boekten we een daguitstap naar West-Thailand. Zeer vroeg in de ochtend werden we opgepikt met een busje en reden we naar Damnoen Saduak, dat bekend staat voor zijn drijvende markt. Met een longtailboot werden we doorheen de kanaaltjes gevoerd naar de markt en daar stapten we over in een kleiner bootje dat ons met wisselend succes probeerde doorheen de tientallen andere kleine bootjes te loodsen. Na de lunch zetten we koers naar de Tiger Temple, een heiligdom waar boeddhistische monniken voor de met uitsterven bedreigde tijgers zorgen. Vermits wij 3 tijgers zijn volgens de Chinese horoscoop en het nog steeds het tijgerjaar is, vonden we dat we dit moesten doen. Op voorhand was ons al gezegd geen geel, oranje, rood of roze kleren te dragen om de tijgers niet te agiteren. Onderweg kwam daar nog bij de de vrouwen hun schouders en benen moesten bedekken. Ik citeer onze gids (het Thaise accent moeten jullie er zelf maar bij verzinnen): 'no sexy lady in tiger temple, monks will marry you, no one take care of tiger'. We moesten ook een papiertje tekenen want 'if tiger bite or kill you, we no responsible'. We passeerden we eerst een kudde waterbuffels, herten en wilde zwijnen, die door onze gids 'tiger food' genoemd werden, zagen daarna de babytijgers en de oefeningen die ze met de tijgers doen om hun conditie op peil te houden om daarna naar de canyon te gaan. Daar werd je rondgeleid langs een 30-tal volwassen tijgers om ermee op de foto te gaan. Beetje toeristisch maar een geweldig gevoel om naast zo'n machtig beest te zitten. Daarna richting Kanchanaburi voor een kort bezoek aan de brug over de Khwae (of Kwai) rivier en dan terug naar Bangkok waar we de dag afsloten met een Tiger bier.

From Bangkok we booked a trip to West Thailand. Early in the morning we were picked up by a minivan that drove us to Damnoen Saduak, famous for its floating market. In a longtail boat they took us through the small canals to the market and there we got into a little boat that tried to sail us through the dozens of other small boats, not always successfully though. After lunch we headed for the Tiger Temple, a sacred place where buddhist monks take care of the endangered tigers. Because according to Chinese zodiac we are 3 tigers and it still is the tiger year, we felt we needed to do this. Beforehand they already told us not to wear yellow, orange, red or pink colours, not to agitate the tigers. On the road our guide also mentioned that ladies should cover their shoulders and legs. I quote our guide (and you have to add the Thai accent yourselves): 'no sexy lady in tiger temple, monks will marry you, no one take care of tiger'. We also had to sign a paper because 'if tiger bite or kill you, we no responsible'. First we passed a group of water buffaloes, deer and wild pigs which our guide called 'tiger food', then saw some tiger cubs and exercises to keep tigers fit and went into the canyon. There they guide you along some 30 tigers in order to take a picture with them. A little bit touristy but an amazing feeling to sit next to such a powerful animal. After that to Kanchanaburi for a short visit to the bridge over the river Khwae (or Kwai) and then back to Bangkok where we ended the day with a Tiger beer.


donderdag 13 januari 2011

Bangkok revisited

Nadat mijn moeder en Mariette geland waren, liet ik hen bij wijze van kennismaking de Chao Praya rivier en de Bang Lam Phu wijk - inclusief de beruchte Khao San Road - zien. Al meteen een goede binnenkomer! De volgende dag namen we de watertaxi richting Grand Palace. Nog vooraleer we 1 stap binnen konden zetten, zijn we binnen het uur 3 keer in dezelfde scam terecht gekomen: een vriendelijke man vraagt ons waar we heen gaan, vertelt dan dat het vandaag een Boeddhistische feestdag is en dat dit enkel in de namiddag open is, maar geen probleem, hij heeft een alternatief programma per tuk tuk met veel tempels en dit voor maar 10 baht per persoon. Gelukkig kende ik dit verhaaltje al van 10 jaar geleden, maar wanneer je hier dus intrapt, neemt de tuk tuk je mee langs allerlei juwelen- en klerenwinkels en kan je je dag op je buik schrijven. Daarna dan toch in de Wat Pho geraakt, bekend voor zijn enorme liggende boeddha en de grootste collectie aan boeddhabeelden in Thailand. Vervolgens het Grand Palace binnen met de daarnaast liggende Wat Pra Kaew. De details, het goud, de emerald boeddha zijn zeer indrukwekkend. We stapten in een longtail boot voor een tochtje door de Khlongs (kanalen) en lieten ons afzetten aan de Wat Arun voor de zonsondergang. 's Avonds op Khao San Road liepen we Joni en Matthias nog tegen het lijf die afscheid genomen hadden van hun vrienden en zich klaar maakten om verder te trekken naar India.

After my mom and Mariette had landed, I showed them the Chao Praya river and Bang Lam Phu quarter - including the infamous Khao San Road - as an introduction. Immediately right on the spot! The next day we took the water taxi direction of the Grand Palace. Before we could even enter, we got involved 3 times in the same scam within the hour: a friendly man asks where you are going, then tells you it is a Buddhist holiday today and it is only open in the afternoon, but no problem, he has an alternative program by tuk tuk with many temples and this for only 10 baht each. Fortunately I already knew this story from 10 years ago, but when you get into the tuk tuk, it takes you to a number of jewel and clothing shops and you can forget about your day. Finally we arrived at Wat Pho, known for its gigantic reclining Buddha and the biggest collection of Buddha statues in Thailand. After that to the Grand Palace and Wat Pra Kaew next door. The details, the gold, the emerald Buddha are very impressive. We got into a longtail boat for a trip on the Khlongs (canals) and got dropped off at Wat Arun for the sunset. At night on Khao San Road we bumped into Joni and Matthias who said goodbye to their friends and were getting ready to move on to India.


Up & down to Ko Chang

Op de luchthaven van Phnom Penh botste ik toevallig tegen Nicolas die ik in Battambang had leren kennen en die ook naar Bangkok reisde. Na enkele pintjes in de Roof Bar in Bangkok overtuigde hij me om mee te gaan naar Ko Chang om enkele dagen te relaxen. Het is immers maar 6 uur rijden. Na enkele uurtjes gaf de motor van de bus echter de geest waardoor de reistijd uiteindelijk 14 uur werd. Hetgeen ik hier in Azië alvast geleerd heb, is dat reistijden nooit kloppen. Meestal tel ik er 2 uur bij en dan klopt het ongeveer. Iets anders dat ik leerde, is dat wanneer een zin met 'maybe' start, dat ze het eigenlijk gewoon niet weten. Het antwoord dat volgt heeft bijgevolg totaal geen waarde. Op Ko Chang gingen we naar Lonely Beach, de naam onwaardig maar toch de moeite. We logeerden in een bungalow niet ver van het strand en hebben vooral wat rondgehangen en 's avonds de Himmel Bar (met gratis BBQ en buckets en goedkoop bier – je vraagt je af hoe dat kan overleven – en fire thwirling) en de Tong Tang Bar (met slecht gebrachte live muziek) verkend. De terugrit naar Bangkok verliep een stuk vlotter (slechts 8 uur in plaats van 6). Bangkok is nu een heel pak drukker dan een kleine 3 maand geleden wanneer ik hier aankwam.


At the airport I coincidentally ran into Nicolas whom I met in Battambang and who was also traveling to Bangkok. After a few beers at the Roof Bar in Bangkok he convinced me to go with him to Ko Chang to relax a few days. After all, it is only a 6 hour drive. The engine of the bus broke down after a few hours which prolonged the travel time to 14 hours. One of the main things I learned here in Asia is that indicated travel times are never correct. Most of the time I add 2 hours and then it is about right. Something else I learned, is that when a sentence starts with 'maybe', in reality they just don't know. The following answer as a result has no meaning at all. On Ko Chang we went to Lonely Beach, the name unworthy but still worthwhile. We stayed in a bungalow not far away from the beach and just hung around and at night explored the Himmel Bar (with free BBQ and buckets and cheap beer - you wonder how such places can survive - and fire thrilling) and the Tong Tang Bar ( with badly performed live music). The route back to Bangkok was a lot smoother (only 8 hours instead of 6). Bangkok now is a lot busier than a little less than 3 months ago when I arrived here.



vrijdag 7 januari 2011

The past horrors of Phnom Penh

Met Reeta en Saara (SF) bezocht ik de Choeung Ek Killing Fields en het Tuol Sleng Prison 21 Museum per tuk tuk. Daar leerden we alles over de horror van het Pol Pot regime. In 1975 vielen de Rode Khmer de hoofdstad Phnom Penh binnen en evacueerden iedereen naar het platteland om in de rijstvelden te gaan werken. De rijst werd overgedragen aan China in ruil voor wapens. Intellectuelen en non-conformisten werden opgesloten in de Tuol Sleng gevangenis (een omgebouwde school) tot hun veroordeling. Meestal was de straf de doodstraf en bijgevolg werden trucks vol mensen afgevoerd naar de Killing Fields waar ze tot aan een massagraf gebracht werden, afgemaakt met een werktuig en in het graf geduwd. Babies werden tegen een boom geslagen tot ze bezweken. Het is pas in de zomer 2010 dat de eerste Rode Khmer leiders, oa Tuol Sleng baas Duch, veroordeeld werden. De schedels en resten van kledingstukken in de Killing Fields maar vooral de foto's van de gezichten van de gevangenen in Tuol Sleng laten een enorme indruk na. De Rode Khmer waren uiteindelijk verantwoordelijk voor de dood van 3 miljoen mensen, hun eigen volk... Ik bezocht ook nog het Royal Palace, dat me sterk aan het Grand Palace in Bangkok deed denken, en de Silver Pagoda die de emerald Boeddha bevat. Toch had ik vooral de indruk dat de toeristen eerder onder de indruk waren van de apen die er rondliepen. De volgende dag ging ik naar de Wat Phnom, een tempel op een berg. Daar was een soort van festival gaande waardoor de tempel vergeven was van de offers. Op de Psar Thmei (centrale markt) ging ik vergeefs op zoek naar gefrituurde spinnen en daarna naar de Sorya shopping mall die een rolschaatsbaan heeft op de bovenste verdieping.

With Reeta and Saara (SF) I visited the Choeung Ek Killing Fields and Tuol Sleng Prison 21 museum by tuk tuk. There we learnt everything about the horrors of the Pol Pot regime. In 1975 the Khmer Rouge entered the capital Phnom Penh and evacuated everyone to go work in the rice paddies. The rice was handed over to China in exchange for weapons. Intellectuals and non-conformists were locked away in Tuol Sleng prison until their conviction. In most cases this was death sentence so trucks full of people were taken to the Killing Fields, where they were brought to a mass grave, slaughtered with a tool and pushed into the grave. Babies were smashed into a tree till they died. It is only in the summer of 2010 when the first Khmer Rouge leaders, among others Tuol Sleng prison boss Duch, were convicted. Skulls and remains of clothes in the Killing Fields but especially the pictures of the faces of the prisoners at Tuol Sleng leave a strong impression. In the end the Khmer Rouge were responsible for the death of 3 million people, their own people... I also visited the Royal Palace, which reminded me very much of the Grand Palace in Bangkok and the Silver Pagoda which contains the emerald Buddha. Still I had the impression that the tourists were more impressed by the monkeys around there. The next day I went to Wat Phnom, a temple on a mountain. Some kind of festival was going on there and the temple was filled with offerings. On the Psar Thmei (central market) I went looking for fried spiders but didn't find any and after that to Sorya shopping mall which contains a roller skating rink on the top floor.



donderdag 6 januari 2011

Beach bound Sihanoukville

Na een volledige dag in de bus gezeten te hebben, kwam ik aan in Sihanoukville, een strandstadje voor party people. Ik wandelde over het strand en kwam Joni, Matthias, Michiel, Nick en Raf terug tegen, de 5 Belgen uit Battambang. 's Avonds zijn we alle bars gaan afschuimen waar we gratis drank kregen in ruil voor de flyers die ze op het strand uitdeelden. Vermits ik snel door had dat Sihanoukville niet echt mijn ding was, stapte ik de volgende dag op een bootje naar Koh Russei oftewel Bamboo Island, hetgeen een stukje paradijs is. Het eiland bestaat enkel uit strand, oceaan, palmbomen, 10 basic bungalows, 12 dorm bedden en een bar/restaurant. Elektriciteit is er enkel na 18u. Ik hield me er vooral bezig met zwemmen, mediteren, qi gong en het lezen van Lonely Planet en The Killing Fields. Met oudjaar was een een party aan de andere kant van het eiland waar ik naartoe ging met een Zwitsers koppel en waar ik de 5 Belgen opnieuw terugzag. Op nieuwjaarsdag spotte ik dolfijnen en visarenden – er zijn slechtere manieren om een nieuw jaar in te zetten...

After spending a full day in the bus, I arrived in Sihanoukville, a beach town for party people. I was walking on the beach when I ran into Joni, Matthias, Michiel, Nick and Raf, the 5 Belgian guys from Battambang. At night we visited every bar where we got free booze in exchange for the flyers they handed out on the beach. Soon I realised Sihanoukville wasn't really my cup of tea, so the next day I got into a little boat which took me to Koh Russei aka Bamboo Island - a little piece of paradise. The island only consists of beach, ocean, palm trees, 10 basic bungalows, 12 dorm beds and a bar/restaurant. Electricity is only available after 6 pm. I spent my time swimming, meditating, practising qi gong and reading Lonely Planet and The Killing Fields. On New Year'e Eve there was a party on the other side of the island which I attended together with a Swiss couple and where I saw the 5 Belgians again. On New Year's Day I saw some dolphins and fish eagles - there surely are worse ways of kicking off a new year...



maandag 3 januari 2011

Battambang down and out

Na enige twijfel had ik dan toch gekozen om per boot en niet per bus van Siem Reap naar Battambang te reizen en dat heb ik me geen seconde beklaagd. De boottocht was ongelofelijk mooi, over het Tonle Sap meer en voorbij alle drijvende dorpjes langs de kleinere rivieren. Overal waaien de kinderen je na ondanks dat ze diezelfde boot elke dag zien passeren... Op de boot ontmoette ik Nicolas (SW) met wie ik de volgende dag op uitstap ging met 2 plaatselijke motorbike chauffeurs/gidsen. De ene gids was volledig getikt (Tola of $) en de andere (Huot) quasi onverstaanbaar en praatziek. Ze brachten ons eerst naar de bamboetrein, een constructie die enkel bestaat uit een bamboe platform, 2 onderstellen en een motor. Dit gevaarte bracht ons langs de rijstvelden naar een baksteenfabriek. Onderweg kwamen we een tegenligger tegen, hetgeen geen probleem was: in no time werd 1 van de 2 treinen ontmanteld en naast het spoor gelegd. Wanneer de andere trein gepasseerd was, werd hij terug gemonteerd. Daarna reden we naar de enige wijngaard in Cambodja, waarvan de wijn eigenlijk nog wel meeviel. We passeerden een chillipeperdrogerij vooraleer we aankwamen bij Phnom Banan, een tempel op een berg bestaande uit 5 torens, bereikbaar na het beklimmen van 358 treden. In de namiddag reden we verder naar Phnom Sampeau waar de killing cave, waar mensen op brutale wijze afgemaakt werden en in de grot gegooid, en het bijhorende verhaal van Tola over wat zijn familie aangedaan werd door de Rode Khmer voor ons voldoende waren om de dag te besluiten. Onderweg naar huis botsten Tola en Nicolas nog tegen een andere brommer hetgeen gelukkig enkel zorgde voor een 'Cambodian tattoo' op Nicolas' kont. 's Avonds in het rooftop restaurant van het hotel nog kennis gemaakt met 5 jonge gasten uit Beveren en naar Vlaamse gewoonte er enkele pintjes mee gedronken...

After doubting between the bus or the boat, I opted to take the boat to go from Siem Reap to Battambang which I didn't regret for a second. The boat ride was incredibly beautiful, sailing on Tonle Sap lake and passing the floating villages along the smaller rivers. Although the children see the same boat passing by every day, they keep waving at you... On the boat I met Nicolas (SW) with whom I went day tripping the next day accompanied by 2 local motorbike drivers/guides. One was completely crazy (Tola or $) and the other almost incomprehensible and gossipy. They first took us to the bamboo train, a construction which only consists of a bamboo platform, 2 chassis and an engine. This vehicle brought us through the rice paddies to a brick factory. On the track we came across another train going in the opposite direction. This didn't pose a problem: one train was dismantled in no time and put next to the track. As soon as the other train had passed, the train was assembled again. After that we went to the only vineyard in Cambodia, of which the wine appeared to be quite ok. We passed a chilli pepper drying plant, before arriving at Phnom Banan, a temple made up of 5 towers, which can be reached after climbing 358 steps. In the afternoon we continued to Phnom Sampeau where the killing cave, where people were brutally slaughtered and thrown into, and the accompanying story of what the Khmer Rouge did to Tola's family made us want to conclude the day. On the way back Nicolas and Tola bumped into another motorbike which luckily only got Nicolas a 'Cambodian tattoo' on his ass. At night in the rooftop restaurant of the hotel, I met 5 young guys from Beveren and drank some beers with them to respect Flemish tradition...