Current location

Current location: Bandar Seri Begawan, Brunei Darussalam

vrijdag 29 juli 2011

Emeishan monkey business 峨嵋山

Vanuit Leshan begaf ik me naar de Emeishan, de heilige boeddhistische berg in de provincie Sichuan. Ik begon mijn trekking/bedevaart vanuit het dorpje Baoguo aan de voet van de berg (500 m) en passeerde langs tempels met namen als Crouching Tiger Monastery (Fu Hu Si), Venerable Trees Terrace (Hong Chun Ping), Elephant Bathing Pool (Xi Xiang Chi) en Pure Sound Pavillion (Qing Yin) en zag taiji voor het Chun Yang paleis. De weg naar de top loop je volledig over trappen, soms steil op en neer. Sommige Chinezen huren dragers in om hun op de steilste stukken omhoog te laten dragen. Om de top te bereiken kan het ook simpel: de bus en dan de kabelbaan. Dat merk je ook aan de paden: de drukste paden zijn de laatste kilometers naar de top, die naar de Wannian tempel en die naar de apen. De Chinezen vinden apen de max! Ze gaan er in groep naar toe en voeden ze om dan - uiteraard - er foto's mee te kunnen nemen. Zelf vond ik ze wat minder want, vermits ik alleen wandel, heb ik er met 3 moeten vechten (en dat mag je gerust letterlijk nemen - tot tanden laten zien en al!). De eerste dag was het bewolkt en ik was echt in de wolken aan het einde van de dag. Op een zeker moment hoorde ik doorheen de wolken boeddhistische muziek (een magisch moment) en wist ik dat ik het Magic Peak klooster (Xian Feng Si - 1752 m) bereikt had waar ik mijn eerste nacht doorbracht en een boeddhistische (en dus vegetarische) maaltijd voorgeschoteld kreeg. De tweede dag klom ik verder naar de Golden Summit (3077 m), met een prachtig gouden monument en kliffen die uitkijken over een zee van wolken. Daarna begon ik aan de afdaling, overnachtte in het Long Life klooster (Zhang Lao Ping - 1600 m) en keerde de volgende dag terug na een bezoek aan de Wannian tempel, gewijd aan Puxian op zijn witte olifant met 6 slagtanden.

From Leshan I went to the Emeishan, the holy buddhist mountain in Sichuan province. I started my trekking/pilgrimage from the village Baoguo at the bottom of the mountain (500 m) and passed along temples with names like Crouching Tiger Monastery (Fu Hu Si), Venerable Trees Terrace (Hong Chun Ping), Elephant Bathing Pool (Xi Xiang Chi) and Pure Sound Pavillion (Qing Yin) and saw taiji in front of the Chun Yang palace. The way to the top is walked using staircases, sometimes steep up and down. Some Chinese hire porters to carry them up on the steepest parts. To reach the top, you can also take it easy: the bus and then the cable car. This is also noticeable on the paths: the busiest paths are the final few kilometers to the top, those going to Wannian temple and those going to the monkeys. The Chinese love monkeys! They go there in group to feed them and then - of course - take pictures with them. I myself enjoyed the monkeys somewhat less because, since I walk alone, I had to fight 3 of them (and you can interpret that literally - showing teeth and all!). The first day the weather was overcast and I was really surrounded by clouds at the ended of the day. At a certain moment I heard buddhist music coming through the clouds (a magical moment) and I knew that I had reached the Magic Peak monastery (Xian Feng Si - 1752 m) where I spent my first night and got a buddhist (vegetarian) meal. The second day I climbed on to the Golden Summit (3077 m), with a beautiful golden monument and cliffs that look out onto a sea of clouds. After that I started my descent, spent the night in Long Life monastery (Zhang Lao Ping - 1600 m) and returned the next day after a visit to Wannian temple, devoted to Puxian on his white elephant with 6 tusks.


Leshan's Giant Buddha 乐山

In het Xinnanmen busstation in Chengdu kwam ik er al vrij snel achter dat het maandag een nationale feestdag (drakenbootfestival) was en bijgevolg een verlengd weekend. Dat wil zeggen dat zo ongeveer heel China op uitstap gaat. Voor mijn uitstap naar Leshan was het dus vechten voor een plaats (soms letterlijk) en na 1,5 uur aanschuiven ben ik op een bus geraakt. In Leshan is er niets anders te zien dan de grootste uitgehouwen boeddha ter wereld. Na wat rondvragen en uitzoeken dan toch de juiste ingang gevonden en trapsgewijs en tussen de honderden of duizenden Chinezen aldaar toch bij het hoofd van de 71 m hoge kolos geraakt. Er waren ook trappen naar beneden om uit te komen bij de voeten maar de file daarvoor was zo ellendig lang dat ik dit niet geprobeerd heb. In plaats daarvan de boot genomen voor een prachtig en voldoening gevend frontaal zicht van de boeddha met zijn 2 bewakers.

In Xinnanmen bus station in Chengdu I soon found out that Monday was a public holiday (dragon boat festival) and as a result a long weekend. This means that almost everyone in China goes on holiday. For my excursion to Leshan, people were fighting (sometimes literally) for a space and after 1.5 hours of queueing I finally managed to get on a bus. In Leshan there is nothing else to see except for the largest carved out buddha in the world. After some inquiring I finally found the right entrance, climbed the stairs and faced the mass of hundreds or thousands of Chinese to reach the head of the 71 m high colossus. There were also some stairs to go down to the feet but the queue for that was so miserably long that I didn't even try. Instead I took the boat for a beautiful and rewarding frontal view of the buddha and his 2 guardians.


A taste of Tibet: Shangri-La 香格里拉

Het stadje dat in mijn oude Lonely Planet nog aangegeven staat als Zhongdian heet nu Shangri-La (of Shang Ge Li La zoals de Chinezen het uitspreken) naar de roman Lost Horizon van James Hilton (zelf nooit gelezen maar ze doen er hier vrij wild over). Daar aangekomen vond ik onmiddellijk Josiane terug en de volgende dag liepen we rond in Old Town. Omwille van de kou (8°C want op 3400 m) en de regen, liepen we wat door de straatje en bezochten we de Tibetaanse tempel met het gouden 'prayer wheel' en het museum. Daar werd ik aangevallen door 5 jongetjes van een jaar of 8 en hebben we wat kungfu op elkaar geoefend… De volgende dag bezocht ik Song Zan Lin Si, een groot Tibetaans klooster aan de andere kant van het stadje, hetgeen een kleine versie is van het Potala klooster in Lhasa. Enorm indrukwekkende ligging aan een meer en hetgeen vooral opvalt hier binnen het Tibetaans boeddhisme zijn de kleurrijke gebedsvlaggetjes uiteraard maar ook de vele bewakers van boeddha, die er vaak vervaarlijk uitzien. De volgende dag deden Josiane en ik een trekking met gids Tuntim, afkomstig uit Lhasa, langs de Great Treasure tempel en het Tibetaanse dorpje Ringha waar we lunchten in een traditioneel huis uitgebaat door 2 oude vrouwtjes die enkel Tibetaans spraken (mijn beperkt Chinees was dus volledig onbruikbaar hier). We eindigden de trekking in de Xia Gei warmwaterbronnen (heerlijk om terug op temperatuur te komen) en gingen 's avonds naar de rondedansen op de oude markt kijken. Tof om te zien hoe jong en oud elke avond opnieuw trouw komen opdagen om de traditie in ere te houden. Mijn laatste dag in Shangri-La besteedde ik door per fiets naar de volgende vallei te rijden. In de verte zag ik 8 witte chedi's en reed erheen. Onderweg zag ik vele yaks, die erg bruikbaar blijken (de Tibetanen gebruiken hun vlees om op te eten, wol om stoffen van te maken en de melk om boterthee, kaas en kaarsen mee te maken) en op de terugweg passeerde ik nog door enkele dorpjes waar de tijd is blijven stilstaan.

The town that is mentioned in my old Lonely Planet as Zhongdian is now called Shangri-La (or Shang Ge Li La as the Chinese pronounce it) as described in the novel Lost Horizon by James Hilton (never read it myself but people here are quite wild about it). Once arrived there I immediately found Josiane again and the next they we walked through Old Town. Because of the cold (8°C because at 3400m) and the rain, we walked a bit through the narrow streets and visited the Tibetan temple with the golden prayer wheel and the museum. There I got attacked by 5 8-or-so-year-old boys and so we practiced some kungfu on each other… The next day I visited Song Zan Lin Si, a big Tibetan monastery on the other side of town, which is a small version of the Potala monastery in Lhasa. It is impressively situated at a lake and what is especially remarkable here within Tibetan buddhism are the colorful prayer flags of course but also the many guards of buddha, who often look ferocious. The next day Josiane and I did a trekking with guide Tuntim, coming from Lhasa, along the Great Treasure temple and the Tibetan village Ringha where we had lunch in a traditional house, hosted by 2 old ladies who only spoke Tibetan (my very limited knowledge of Chinese was completely useless here). We ended the trekking in the Xia Gei hot springs (perfect to heat up again) and went to see the circle dances at night on the old market. Great to see how young and old gather here every night to pay respect to the tradition. My last day in Shangri-La I spent by driving per bike through the next valley. Far away I saw 8 white chedis and rode towards them. Along the way I saw many yaks, which appear to be very useful (the Tibetans use their meat to eat, wool to make fabrics and milk to make butter tea, cheese and candles) and on the way back I passed through some villages where time was standing still.


Leaping tiger, hidden jade dragon 虎跳峡

Ik begaf me naar Qiaotou, een klein dorpje waar de start is van de beruchte Tiger Leaping Gorge. Op een plan dat ik ergens gekregen heb stond dat je je grote rugzak kon achterlaten in Margo's Cafe. Na enig rondvragen bleek dit dicht te zijn wegens Margo overleden. Vermits het al vrij laat in de namiddag was, begon ik mijn trek bergop om na 2 uurtjes in te checken in het Naxi Family guesthouse, prachtig gelegen in de bergen. De volgende dag begon ik fris aan de beroemde 28 bochten, een steile klim langs een kronkelend pad. Ik wandelde over het hoge pad, de pijlen volgend, soms door pijnboombossen, met een fantastisch zicht op de Yangzi-vallei, de Jade Dragon Snow Mountain en enkele watervallen. In de namiddag wandelde ik over de houten brug door het bamboebos over een extreem steil pad omhoog. Uitgeput maar voldaan kwam ik aan in Sean's guesthouse. Sean is de berggids die als eerste in 1986 het pad bewandelde en vrijmaakte en bleek al snel een zeer kundige, sympathieke en grappige man te zijn. De volgende dag besloot ik ter plekke een dagtrip te maken vanuit Walnut Garden naar de top van de berg. Dit is me echter niet gelukt omdat ik het pad regelmatig kwijtspeelde en uiteindelijk in de jungle belandde. Ik kroop verder omhoog en kwam terecht bij een landslide die ik beklom (soms was het meer rotsklimmen dan hiken) tot aan een steile bergmuur - bijna aan de top. Dan maar terug naar beneden, al vallend, skiënd over kiezels en bladeren en kruipend tussen doornstruiken. Op de terugweg vond ik het pad naar de top maar bij gebrek aan voldoende water besloot ik dit niet meer te proberen. Het doel was misschien niet bereikt maar het was in elk geval voldoende avontuurlijk. 's Avonds verbroederde ik met Josiane (CAN), Arien en Frank (NL) en een groep fietsende Australiërs. De volgende dag wandelde ik terug naar Qiaotou in soldatenmars en bereikte mijn rugzak na 6 uur doorstappen. Onderweg zag ik een arend in zweefvlucht door de vallei.

I went to Qiaotou, a small village where the infamous Tiger Leaping Gorge starts. On a map that I got somewhere was indicated that you could leave your big backpack at Margo's Cafe. After asking around this bar appeared to be closed because Margo had passed away. Because it was already quite late in the afternoon, I started my trek uphill and checked in 2 hours later at Naxi Family guesthouse, beautifully located in the mountains. The next day I started climbing the famous 28 bends, a steep climb along a whirling path. I hiked on the high trail, following the arrows, sometimes through the pine tree forests, with fantastic views on the Yangzi valley, the Jade Dragon Snow Mountain and a few waterfalls. In the afternoon I walked over the wooden bridge through the bamboo forest on an extremely steep path upwards. Exhausted but satisfied I arrived at Sean's guesthouse. Sean is the mountaineering guide who first walked and prepared the path in 1986 and appeared to be a very knowledgeable, nice and funny guy. The next day I decided to go on a day hike from Walnut Garden to the top of the mountain. This didn't work out as planned however because I often lost track of the trail and finally ended up in the jungle. I crawled up some more and found a landslide which I climbed (sometimes it was closer to rock climbing than to hiking) until I reached a steep mountain wall - almost at the top. No other way to go but down: falling, skiing on pebbles and leaves and crawling through thorn bushes. On the way back I found the trail to the top but because I didn't have enough water left, I decided not to try this anymore. The goal wasn't reached but it was adventurous enough anyway. At night I fraternized with Josiane (CAN), Arien and Frank (NL) and a group of cycling Australians. The next day I walked back to Qiaotou in a fast pace and got to my backpack after 6 hours of steady hiking. On the way I saw an eagle floating through the valley.


Lijiang's labyrinth 丽江

De oude stad van Lijiang is schitterend: een wirwar van kronkelende straatjes rond de oude markt met kanaaltjes langs dewelke de Yu-rivier stroomt (oorspronkelijk om de inwoners van drinkwater te voorzien). Ik beklom de Lion Hill om boven de Wangu pagode te bezoeken die op zichzelf niet bijzonder indrukwekkend was, maar de uitzichten over Old Town des te meer. Toen ik uitkeek over de oude Chinese daken zag ik meteen Li Mu Bai al vliegend Shao Long achtervolgen. Daarna naar Mu Fu, het huis van de Mu familie, hetgeen zo kan dienen als decor voor een kungfufilm, met zijn verschillende hallen, pleinen, theater en taoïstische tempel. De beste manier om Old Town te verkennen, is gewoon verloren lopen in de straatjes, hetgeen ik dan ook gedaan heb (het was niet echt moeilijk). Uiteraard loopt Lijiang ook vol met toeristen en dus was het vooral leuk om 's ochtends te verkennen. 's Avonds licht de stad op omwille van de lampions en sfeerverlichting en om 19u starten de traditionele rondedansen op de Old Market. De volgende dag huurde ik een fiets om naar het Jade Peak Monastery te rijden. Zoals in het echte leven was de weg ernaartoe interessanter dan de bestemming. Eerst bezocht ik de Black Dragon Pool, een idyllische vijver met tempel en brug en - als het weer meezit; niet dus - zicht op de besneeuwde bergtoppen. Vandaar fietste ik naar Baisha, een authentiek dorpje en thuis van Dr Ho, een 89-jarige kruidendokter met internationale bekendheid en enkele spectaculaire successen op zijn elan en dit alles met de kruiden die hij vindt op de Jade Dragon Snow Mountain (Yu Long Xue Shan). Ik doneerde wat geld en kreeg 'healthy tea' in ruil.

The old town of Lijiang is marvelous: a maze of whirling little streets around the old market with canals through with the Yu river flows (originally to provide the inhabitants with drinking water). I climbed Lion Hill to visit the Wangu pagoda up there which wasn't very impressive, but the views on Old Town really were. When I was looking out on the old Chinese roofs, I could immediately see a flying Li Mu Bai in pursuit of Shao Long. After that to Mu Fu, the mansion of the Mu family, which is a perfect kung fu movie decor with its many halls, squares, theatre and taoist temple. The best way to explore Old Town is just to get lost in the streets, which I did (it wasn't really difficult). Of course Lijiang is filled with tourists and as a result it is especially nice to explore in the morning. At night the town is lit up because of the pawns and special lighting and around 7 pm the traditional dancing starts at the Old Market. The next day I hired a bicycle to ride to the Jade Peak Monastery. As it is in real life, the path towards it was more interesting than the destination. First I visited the Black Dragon Pool, an idyllic pond with temple and bridge and - when the weather permits; not really that day - views on the snow capped mountains. From there I cycled to Baisha, an authentic village and home to Dr Ho, a 89-year-old herbal doctor with international fame and some spectacular successes in his name with the herbs he finds on the Jade Dragon Snow Mountain (Yu Long Xue Shan). I donated some money and got some 'healthy tea' in exchange.


The minorities of Dali 大理

Ok, ik heb me vergist… Het rochelen hoort intussen al volop terug bij de soundtrack van China (het is oa het geluid dat me regelmatig wakker maakt). Ik arriveerde in Dali in de vroege namiddag hetgeen me voldoende tijd gaf om het ommuurde stadje te verkennen. Mijn eerste indruk was: wegwezen hier! De hoofdstraten van Dali waren overspoeld met Chinese toeristen. Dus ging ik op stap naar de Three Pagodas, een gigantisch tempelcomplex. Gelukkig was het tegen dan al late namiddag en waren de tourgroepen de tempel al aan het verlaten. Het complex is immens en enorm mooi gelegen tegen de bergrand aan. Daarna terug naar Dali waar ik rondwandelde in het minder toeristisch gedeelte en meer van het echte leven zag. 's Avonds verzamelen de vrouwen zich op de pleintjes om traditioneel te dansen. Ik sloot de dag af met een wandeling over het beperkt stuk stadsomwalling dat toegankelijk is. Yunnan is de provincie waar de meeste Chinese minderheidsgroepen vertegenwoordigd zijn en deze zie dus ook overal. Voornamelijk de vrouwen dragen nog hun traditionele klederdracht. Mijn verbazing was groot toen op een avond (en de daarop volgende ook) een oud Bai-vrouwtje op me afstapte en vroeg 'smoke hashish?'. De volgende dag huurde ik een mountainbike en startte mijn tocht naar Xizhou, een klein dorpje waar de architectuur nog redelijk authentiek is. Langs de rijstvelden verder naar Shaping om de traditionele en bijgevolg erg kleurrijke markt te bezoeken. Dan begon het hardere werk: een lang stuk langs het Er Hai Lu meer over onverharde weg. Onderweg ontmoette ik de Amerikaanse Trish die op hetzelfde traject zat. We fietsten samen naar de Guanyin pagode en namen de boot naar de overkant om knalverbrand enkele pintjes te drinken.

Ok, I was wrong… The spitting is in the meantime again part of the soundtrack of China (it is among other things the sound that often wakes me up). I arrived in Dali early afternoon which gave me enough time to explore this walled little town. My first impression was: let's get out of here! The main streets of Dali were crowded with Chinese tourists. So I walked up to the Three Pagodas, a gigantic temple complex. Fortunately by then it was already late afternoon and the tour groups were leaving the temple. The complex is huge and nicely situated onto the mountain. After that back to Dali where I walked around in the less touristy part of town and saw more of everyday life. At night the ladies meet on the squares for traditional dancing. I ended the day with a walk on the limited part of the city walls that is accessible. Yunnan is the province where the most minority groups are living and as a result you can see them everywhere. Mainly the women still wear their traditional clothing. I was really shocked when one night (and the next one) an old Bai lady came up to me and asked 'smoke hashish?'. The next day I hired a mountain bike and started my trek to Xizhou, a village in which the architecture is still authentic. Along the rice paddies I biked to Shaping to see the traditional and very colorful market. Then the rougher part started: a long stretch along the Er Hai Lu lake on unsealed roads. On the way I met the American Trish who was on the same road. We cycled to Guanyin pagoda together and took the boat across to, completely sunburnt, have a few beers.


donderdag 28 juli 2011

Return to China: Kunming 昆明 & Shilin 石林

Ik vind China leuk! Het is ondertussen mijn derde keer dat ik dit land bezoek dus het voelt al een beetje thuis aan. Het begon al goed op de luchthaven waar de douanedame vond dat ik niet voldoende op mijn paspoortfoto trok en om andere ID vroeg (die ik niet heb). Daarna had ik een eerste onverwacht geslaagd gesprek in het Chinees met de taxichauffeur. Al snel bleek dat er enorm veel veranderd is sinds mijn laatste bezoek in 2007: er wordt bijna niet meer gerocheld, het staren is zeer beperkt (of misschien is dat gewenning na 7 maanden in Azië), mensen rijden rond op geruisloze elektrische scooters en alles is een pak duurder geworden. Als extra uitdaging gebruik ik mijn Lonely Planet van mijn eerste keer China (uit 2005) ook deze keer. En een uitdaging is het zeker: hotels en restaurant bestaan niet meer, busstations zijn verplaatst, reistijden kloppen niet meer dankzij de bouw van autosnelwegen,… Ik bezocht het centrum van Kunming te voet wegens geen fietsverhuur te vinden (oude LP en de mensen die ik aansprak wisten het ook niet). Het is een relatief rustige stad ondanks de 4 miljoen inwoners. Ik wandelde langs de hutongs, de vogel- en bloemenmarkt, zag blinde tuinatherapeuten op het voetpad en mahjongspelers in de parken, passeerde de oost- en westpagodes uit de Tangdynastie, bezocht de Yuantongtempel en rustte uit in Green Lake park. Daar ontmoette ik Joseph, een Chinese leraar Engels, die me meenam naar tea city voor een theeceremonie, een moslimrestaurant en een club (alles is toegelaten als het licht uit is). Ook ging ik op daguitstap naar Shilin, het stenen woud. Eerste fout was dat het zaterdag was en Shilin overspoeld werd door Chinese toeristen (in groep uiteraard). Ik vluchtte zuidwaarts en kwam terecht op rustige paadjes met als enige gezelschap vlinders, eekhoorns en een kleine groene slang. Ik zag een hoop stenen formaties zoals de olifant, de eenzame wandelaar, moeder en kind en spectaculaire uitzichten.

I like China! This is the third time I'm visiting this country so it already feels a little like home to me. It started off great at the airport where the customs lady found that I didn't look enough like my passport picture and asked for some other ID (which I didn't have). After that I had a first unexpectedly successful conversation in Chinese with the taxi driver. Soon it became clear that a lot of things have changed since my last visit in 2007: almost no more spitting, only limited staring (or maybe I'm becoming accustomed to that after 7 months in Asia), people drive silent electrical scooters and everything became a lot more expensive. For an extra challenge I'm using my Lonely Planet from my first time in China (dating from 2005) this time again. And a challenge it is: hotels and restaurants don't exist anymore, bus stations have been relocated, travel times differ thanks to new motorways,… I visited the center of Kunming on foot because I couldn't find a bicycle rental (old LP and the people I asked didn't know either). It is a rather quiet city despite the 4 million inhabitants. I walked past the hutongs, the bird and flower market, saw blind tuina therapists on the pavement and mahjong players in the parks, strolled by the east and west pagoda from the Tang dynasty, visited the Yuantong temple and took a rest in Green Lake park. There I met Joseph, a Chinese English teacher, who took me to tea city for a tea ceremony, to a muslim restaurant and a club (everything is possible when the lights go out). I also went on a day trip to Shilin, the stone forest. My first mistake was that it was a Saturday and Shilin was overcrowded with Chinese tourists (in group of course). I fled to the south of the park and ended up on quiet trails with only the butterflies, squirrels and a small green snake as my companions. I saw lots of stone formations like the elephant, the lonely wanderer, mother and child and some spectacular views.