Current location

Current location: Bandar Seri Begawan, Brunei Darussalam

vrijdag 29 juli 2011

The minorities of Dali 大理

Ok, ik heb me vergist… Het rochelen hoort intussen al volop terug bij de soundtrack van China (het is oa het geluid dat me regelmatig wakker maakt). Ik arriveerde in Dali in de vroege namiddag hetgeen me voldoende tijd gaf om het ommuurde stadje te verkennen. Mijn eerste indruk was: wegwezen hier! De hoofdstraten van Dali waren overspoeld met Chinese toeristen. Dus ging ik op stap naar de Three Pagodas, een gigantisch tempelcomplex. Gelukkig was het tegen dan al late namiddag en waren de tourgroepen de tempel al aan het verlaten. Het complex is immens en enorm mooi gelegen tegen de bergrand aan. Daarna terug naar Dali waar ik rondwandelde in het minder toeristisch gedeelte en meer van het echte leven zag. 's Avonds verzamelen de vrouwen zich op de pleintjes om traditioneel te dansen. Ik sloot de dag af met een wandeling over het beperkt stuk stadsomwalling dat toegankelijk is. Yunnan is de provincie waar de meeste Chinese minderheidsgroepen vertegenwoordigd zijn en deze zie dus ook overal. Voornamelijk de vrouwen dragen nog hun traditionele klederdracht. Mijn verbazing was groot toen op een avond (en de daarop volgende ook) een oud Bai-vrouwtje op me afstapte en vroeg 'smoke hashish?'. De volgende dag huurde ik een mountainbike en startte mijn tocht naar Xizhou, een klein dorpje waar de architectuur nog redelijk authentiek is. Langs de rijstvelden verder naar Shaping om de traditionele en bijgevolg erg kleurrijke markt te bezoeken. Dan begon het hardere werk: een lang stuk langs het Er Hai Lu meer over onverharde weg. Onderweg ontmoette ik de Amerikaanse Trish die op hetzelfde traject zat. We fietsten samen naar de Guanyin pagode en namen de boot naar de overkant om knalverbrand enkele pintjes te drinken.

Ok, I was wrong… The spitting is in the meantime again part of the soundtrack of China (it is among other things the sound that often wakes me up). I arrived in Dali early afternoon which gave me enough time to explore this walled little town. My first impression was: let's get out of here! The main streets of Dali were crowded with Chinese tourists. So I walked up to the Three Pagodas, a gigantic temple complex. Fortunately by then it was already late afternoon and the tour groups were leaving the temple. The complex is huge and nicely situated onto the mountain. After that back to Dali where I walked around in the less touristy part of town and saw more of everyday life. At night the ladies meet on the squares for traditional dancing. I ended the day with a walk on the limited part of the city walls that is accessible. Yunnan is the province where the most minority groups are living and as a result you can see them everywhere. Mainly the women still wear their traditional clothing. I was really shocked when one night (and the next one) an old Bai lady came up to me and asked 'smoke hashish?'. The next day I hired a mountain bike and started my trek to Xizhou, a village in which the architecture is still authentic. Along the rice paddies I biked to Shaping to see the traditional and very colorful market. Then the rougher part started: a long stretch along the Er Hai Lu lake on unsealed roads. On the way I met the American Trish who was on the same road. We cycled to Guanyin pagoda together and took the boat across to, completely sunburnt, have a few beers.


donderdag 28 juli 2011

Return to China: Kunming 昆明 & Shilin 石林

Ik vind China leuk! Het is ondertussen mijn derde keer dat ik dit land bezoek dus het voelt al een beetje thuis aan. Het begon al goed op de luchthaven waar de douanedame vond dat ik niet voldoende op mijn paspoortfoto trok en om andere ID vroeg (die ik niet heb). Daarna had ik een eerste onverwacht geslaagd gesprek in het Chinees met de taxichauffeur. Al snel bleek dat er enorm veel veranderd is sinds mijn laatste bezoek in 2007: er wordt bijna niet meer gerocheld, het staren is zeer beperkt (of misschien is dat gewenning na 7 maanden in Azië), mensen rijden rond op geruisloze elektrische scooters en alles is een pak duurder geworden. Als extra uitdaging gebruik ik mijn Lonely Planet van mijn eerste keer China (uit 2005) ook deze keer. En een uitdaging is het zeker: hotels en restaurant bestaan niet meer, busstations zijn verplaatst, reistijden kloppen niet meer dankzij de bouw van autosnelwegen,… Ik bezocht het centrum van Kunming te voet wegens geen fietsverhuur te vinden (oude LP en de mensen die ik aansprak wisten het ook niet). Het is een relatief rustige stad ondanks de 4 miljoen inwoners. Ik wandelde langs de hutongs, de vogel- en bloemenmarkt, zag blinde tuinatherapeuten op het voetpad en mahjongspelers in de parken, passeerde de oost- en westpagodes uit de Tangdynastie, bezocht de Yuantongtempel en rustte uit in Green Lake park. Daar ontmoette ik Joseph, een Chinese leraar Engels, die me meenam naar tea city voor een theeceremonie, een moslimrestaurant en een club (alles is toegelaten als het licht uit is). Ook ging ik op daguitstap naar Shilin, het stenen woud. Eerste fout was dat het zaterdag was en Shilin overspoeld werd door Chinese toeristen (in groep uiteraard). Ik vluchtte zuidwaarts en kwam terecht op rustige paadjes met als enige gezelschap vlinders, eekhoorns en een kleine groene slang. Ik zag een hoop stenen formaties zoals de olifant, de eenzame wandelaar, moeder en kind en spectaculaire uitzichten.

I like China! This is the third time I'm visiting this country so it already feels a little like home to me. It started off great at the airport where the customs lady found that I didn't look enough like my passport picture and asked for some other ID (which I didn't have). After that I had a first unexpectedly successful conversation in Chinese with the taxi driver. Soon it became clear that a lot of things have changed since my last visit in 2007: almost no more spitting, only limited staring (or maybe I'm becoming accustomed to that after 7 months in Asia), people drive silent electrical scooters and everything became a lot more expensive. For an extra challenge I'm using my Lonely Planet from my first time in China (dating from 2005) this time again. And a challenge it is: hotels and restaurants don't exist anymore, bus stations have been relocated, travel times differ thanks to new motorways,… I visited the center of Kunming on foot because I couldn't find a bicycle rental (old LP and the people I asked didn't know either). It is a rather quiet city despite the 4 million inhabitants. I walked past the hutongs, the bird and flower market, saw blind tuina therapists on the pavement and mahjong players in the parks, strolled by the east and west pagoda from the Tang dynasty, visited the Yuantong temple and took a rest in Green Lake park. There I met Joseph, a Chinese English teacher, who took me to tea city for a tea ceremony, to a muslim restaurant and a club (everything is possible when the lights go out). I also went on a day trip to Shilin, the stone forest. My first mistake was that it was a Saturday and Shilin was overcrowded with Chinese tourists (in group of course). I fled to the south of the park and ended up on quiet trails with only the butterflies, squirrels and a small green snake as my companions. I saw lots of stone formations like the elephant, the lonely wanderer, mother and child and some spectacular views.


Catching the breeze in Pathein and Ngwe Saung

Mijn laatste dagen in Myanmar wou ik aan de kust doorbrengen in de hoop een beetje wind te vinden. Als tussenstop ging ik naar Pathein, een sympathiek stadje waar niet veel te beleven valt en ik overduidelijk de enige toerist was. De volgende dag verder naar Ngwe Saung waar ik terecht kwam in het Shwe Hin Tha hotel, een rustige plek met bamboe bungalows die uitkijken op de Golf van Bengalen. Omwille van de tijd van het jaar echter, is de zee vrij wild en de golven hoog hetgeen betekent dat er geen visibiliteit is om te snorkelen en er quasi niet gevist wordt. Het is duidelijk te zien dat deze regio in mei 2008 geteisterd werd door de cycloon Nargis (rukwinden tot 215 km/h): de helft van de resorts werd niet terug opgebouwd wegens geldgebrek hetgeen deze plaats ietwat spookachtig maakt. Ik geniet echter van de rust, lees, plan mijn volgende etappes, fris mijn Chinees op, beoefen wat qi gong en taiji, wandel naar het eilandje en ga af en toe eens zwemmen. En dan breekt de moesson los…

My last days in Myanmar I wanted to spend at the coast hoping to find some wind there. Before going there I stopped in Pathein, a nice town where nothing ever happens and I obviously was the only tourist. The next day on to Ngwe Saung where I ended up in the Shwe Hin Tha hotel, a quiet place with bamboo bungalows that look out onto the Bay of Bengal. Because of the time of year however, the sea is quite wild and the waves high which means that there is no visibility for snorkeling and almost no fishing. It is clear that this region was hit by cyclone Nargis (winds up to 215 km/h) in May 2008: half of the resorts was not rebuilt because of lack of money which makes this place a bit of a ghost town. I am enjoying the peace however, I read, plan my next steps, freshen up my Chinese, practise some qi gong and taiji, walk to the little island and go for a swim every now and then. And then the monsoon kicks in…


woensdag 27 juli 2011

Bago and the pilgrimage to Golden Rock

Van het Inle meer naar Bago is een verschrikkelijk traject: de eerste uren gaan extreem traag omdat je de bergen over moet. Eens op de snelweg gaat het sneller waardoor we rond 4 uur 's ochtends aankwamen in Bago. Een uurtje later zaten we al met 3 op Mr Aungs brommer die ons naar de belangrijkste sites bracht en het 10 dollar inkomticket wist te omzeilen. We zagen de Shwemawdaw Paya (met zijn 114 m de hoogste zedi ter wereld), de Snake Monastery (met een gereïncarneerde python van 6 m), de bedelronde van de monniken, de 2 liggende boeddha's van Shwethalyaung en de 4 Figures Paya met de 28 zittende boeddha's. En 3 uur later zaten we alweer op de pick-up naar Kinpun. De volgende dag startten we de bedevaart naar Mt Kyaiktyo, een 11 km lange beklimming. We wandelden langs bergdorpjes (ik schat onderweg een 100-tal keer 'mingalaba/hello' gezegd te hebben), werden uitgenodigd om mee te spelen met een soort van 'gooi 3 balletjes in putjes' spel en tagraw (rotan bal in de lucht houden door gebruik te maken van alles behalve je handen) en bereikten uiteindelijk de Golden Rock. Deze rots lijkt op het eerste zicht overroepen (een ronde rots met een kleine zedi erbovenop in het goud geschilderd), maar toen ik iets dichterbij ging kijken (op het platform waar alleen mannen mogen komen), plantte een toezichter enkele twijgjes tussen de rots en de bodem en duwde een paar keer tegen de rots. De twijgjes gaven een duidelijke vering aan hetgeen ik toch wel vrij spectaculair vond. Deze plaats wordt immers geregeld door aardbevingen, tsunami's en cyclonen geteisterd en het is dus een klein wonder dat die rots nog steeds balanceert op dat randje… Vermits we nog fris genoeg waren (en 3 liter zweet lichter), besloten we terug te hiken, ontmoetten opnieuw een slang (Myanmar is het land met de hoogste biodiversiteit ter wereld) en vervolledigden het grootste stuk met behulp van onze zaklampen.

From Inle lake to Bago is a horrible route: the first few hours are extremely slow because you have to go through the mountains. Once on the motorway things go faster because of which we arrived in Bago around 4 am. One hour later we found ourselves with 3 persons on Mr Aung's motorbike who brought us to the main points of interest and managed to dodge the 10 dollar entrance fee. We saw Shwemawdaw Paya (with its 114 m the highest zedi in the world), the Snake Monastery ( with 6 m long reincarnated python), the alms round of the monks, the 2 reclining buddhas of Shwethalyaung and the 4 Figures Paya with the 29 sitting buddhas. And 3 hours later we were in the pick-up again en route for Kinpun. The next day we started the pilgrimage to Mt Kyaiktyo, an 11 km climb. We walked past mountain villages (I estimate having said 'mingalaba/hello' some 100 times along the way), got invited to play some kind of 'throw 3 little balls in little pits' game and tagraw (rattan ball which has to be kept airborne by using everything except for your hands) and ultimately reached the Golden Rock. This rock at first sight doesn't look like something special (a round rock with a small zedi on top painted in gold), but when I got a closer look (from the platform on which only men are allowed), a guard planted a few twigs in between the rock and the ground and pushed the rock a few times. The twigs obviously moved up and down which I thought to be quite spectacular. This place is often prone to earthquakes, tsunamis and cyclones and so it is a small miracle how this rock still balances on the edge… Because we were still fresh enough (and 3 liters of perspiration lighter), we decided to hike back, again met a snake (Myanmar is the country with the highest biodiversity in the world) and completed the biggest chunk with the aid of our flashlights.


Sailing Inle Lake

Na een 12 uur durende rit in een lokale bus zonder airco en over onverharde wegen, kwamen we aan in Shwenyaung. Vandaar moesten we dan nog een pick-up nemen naar Nyaungshwe om dan eindelijk aan te komen in een klein maar enorm relaxed dorpje. Magali, Beccy en ik huurden een boot samen met Bertrand (SA) voor een hele dag. We passeerden vissers die de peddel hanteren met één arm en één been (een gigantisch staaltje evenwicht) om tegelijkertijd met de andere arm te kunnen vissen. Daarna voeren we door de paalwoningendorpjes op het meer en bezochten we achtereenvolgens een zilversmederij, een parasolworkshop, een lotusbloemweverij, een sigarenfabriek, tomatenvelden en het klooster waar de monniken zich ogenschijnlijk dusdanig verveelden dat ze katten door hoepeltjes leerden springen. Sommige workshops worden bemand door vrouwen afkomstig van één van de minderheidsgroepen. Elke minderheidsgroep heeft in Myanmar zijn eigen staat, leger en bron van inkomsten (zoals opium). Nadat Beccy en Bertrand beiden vertrokken waren huurden Magali en ik een fiets om naar het dorpje Kaundaing aan het Inle meer te rijden. Voor we daar aankwamen moesten we nog even remmen om een overstekende slang te laten passeren. We vroegen aan een local om ons over te zetten naar Nampan, een dorpje waar ze niet echt gewoon zijn om toeristen te ontvangen. Daar lunchten we en vanaf we niet meer de hoofdattractie waren, keken ze terug naar de Bollywood horrorfilm 'Kaalu'. Wij fietsten verder via Thale U en Maing Thauk om de dag te eindigen met een degustatie in de plaatselijke wijngaard.

After a 12 hour ride on the local bus without aircon and on unsealed roads, we arrived in Shwenyaung. From there we had to take a pick-up to Nyaungshwe to finally arrive in a relaxed little village. Magali, Beccy and I hired a boat together with Bertrand (SA) for the entire day. We passed fishermen who wield the peddle with one arm and one leg (they have incredible balance) to be able to fish with the other arm. After that we sailed through the stilt house villages on the lake and visited a silver blacksmith, an umbrella workshop, a lotus flower weaving workshop, a cigar factory, tomato fields and the monastery where the monks were obviously so bored that they taught their cats to jump through hoops. Some workshops are run by women from one of the minority groups. Each minority group has its own state, army and source of income (like opium). After Beccy and Bertrand had both left, Magali and I hired bicycles to drive up to the village Kaundaing on the Inle lake. Before we got there we had to brake to let a crossing snake pass. We asked a local guy to bring us to Nampan in his boat, a village in which they don't see many tourists. We had lunch there and, when we weren't the main attraction anymore, they went back to watching the Bollywood horror movie 'Kaalu'. We cycled on via Thale U and Maing Thauk to end the day with a degustation in the local vineyard.


Temple raiding in Bagan

Bagan is de belangrijkste trekpleister van Myanmar en al snel werd duidelijk waarom. Tussen de 3 dorpjes Nyaung U, Old Bagan en New Bagan liggen een 4400 tempels gespreid over een gigantische vlakte. We besteedden 3 dagen om rond te fietsen tussen deze pagodes, tempels en schrijnen, elke dag met minder volk. Dag 1 waren we nog met 4 (Magali, Beccy, Kim en ik), dag 2 met 3 (Magali, Beccy en ik) en dag 3 met 2 (Magali en ik). Omwille van de hitte (42°C!) namen we geregeld een rustpauze en meestal een lange lunchbreak. Wanneer je een tempel bezoekt word je automatisch aangeklampt door souvenirverkopers die je het zoveelste zandschilderij willen aanpraten. Gelukkig hadden we Magali die altijd bereid was tot een praatje met de verkopers en zich regelmatig liet ompraten om iets te kopen, waardoor wij snel konden ontsnappen. Tegen de avond aan was het kwestie van ergens op een tempel te klimmen die toegang heeft tot het dak en vandaar de zonsondergang te zien. Het vinden van de trap naar het dak was vaak een zoektocht naar de geheime deur met je pillamp en dan door nauwe gangetjes naar boven klimmen. Op dat moment voel je je een beetje Indiana Jones of Lara Croft. De tempels die het meeste indruk op me maakten, zijn: Shwesandaw Paya (witte zedi met uitstekende zonsondergangzichten), Sulamani (grote sprookjeskasteelachtige tempel), Thabeik Hmauk (kleine versie van Sulamani met prachtig zicht op deze laatste), Pyathada Paya (fortachtige tempel met zeer centrale ligging) en Dhammayazika (gouden zedi met prachtige details). Eén avond tijdens het avondeten landde er een bidsprinkhaan op onze tafel en liet me zijn kungfu zien…

Bagan is the main draw in Myanmar and it soon became clear why. Between the villages of Nyaung U, Old Bagan and New Bagan, there are 4400 temples spread out over a gigantic plain. We spent 3 days cycling in between these pagodas, temples and shrines, each day with less people. Day 1 we were 4 (Magali, Beccy, Kim and me), day 2 3 (Magali, Beccy and me) and day 3 2 (Magali and me). Because of the heat (42°C!) we often took a break and mostly a long lunch. When you visit a temple you are automatically grabbed by souvenir vendors who want to sell you the next sand painting. Fortunately, we had Magali who was always willing to have a chat with the vendors and often was talked into buying something, which made it easy for us to get away. Around dusk the thing to do was to climb on top of a temple with roof access and see the sunset from there. Finding the staircase to the roof often was a search for the secret door with your flashlight and then crawling through narrow hallways to the top. At that moment you feel a little bit like Indiana Jones or Lara Croft. The temples that impressed me most are: Shwesandaw Paya (white zedi with superb sunset views), Sulamani (huge, fairytale like temple), Thabeik Hmauk (small version of Sulamani with a great view on the latter), Pyathada Paya (fortress like temple with central location) and Dhammayazika (golden zedi with beautiful details). One night during dinner a praying mantis landed on our table and showed me its kung fu…


Day trip to Mount Popa

Omwille van een elektronische foto die Anil me ooit eens heeft doorgestuurd wilde ik per se de Popaberg gezien hebben. Deze steile rots heeft op de top een klooster dat voor de verandering niet aan Boeddha gewijd is maar aan de 37 nat (geesten; het boeddhisme in Myanmar is sterk beïnvloed door animisme). Om daar te geraken huurden Magali, Rebecca, Kim (DK) en ik een pick-up die ons er heen bracht. Nog een eigenaardigheidje hier is dat de auto's rechts rijden en het stuur eveneens aan de rechterkant staat (goedkope Japanse import). Dan begon de klim naar de top langs een overdekte kronkelende trap en tussen de apen door. Boven wachtte de tempel die op zich niet zo spectaculair is maar van welke de uitzichten indrukwekkend zijn. Op de terugweg stopten we nog even voor een panoramisch zicht op de berg zelf. Terug in Nyaung U (dorpje nabij Bagan) wandelden we naar de rivier en ontmoetten we een Birmees jongetje met het syndroom van Down. Hij bleef met ons meelopen en spelletjes spelen tot we in de boot stapten. We hadden gedacht dat we een boottochtje op de rivier gingen maken langs de tempels om de zonsondergang te zien, maar werden in de plaats daarvan naar de overkant gebracht en werden warm ontvangen door enkele boerenfamilies die in bamboehutjes leefden en ons lieten zien hoe ze rode bonen telen. We zagen de zonsondergang daar en probeerden al dan niet geslaagd wat met de mensen te communiceren. Deze onverwachte wending liet nog maar eens de warmte van dit volk blijken.

Because of an electronic picture that Anil sent me once, I really wanted to see Mount Popa. This steep rock has a monastery on the top which is for once not dedicated to Buddha but to the 37 nat (spirits; buddhism in Myanmar is heavily influenced by animism). To get there Magali, Rebecca, Kim (DK) and I hired a pick-up that brought us there. Peculiar is that people drive on the right side of the road and the steering wheel is on the right hand side too (cheap Japanese import). Then we started climbing to the top along the covered circling staircase and in between the monkeys. On the top a temple awaited us which isn't very spectacular in itself but from which the views are magnificent. On the way back we stopped to see a panoramic view of the mountain. Back in Nyaung U (village near Bagan) we walked towards the river and met a Burmese boy with Down syndrome. He kept following us and playing games with us until we got on the boat. We thought we were going to sail to some temples to see the sunset but instead were brought across the river and received a warm welcome by some farmer families who lived in bamboo huts and showed us how they grew red beans. We saw the sunset there and tried to communicate with the local people - not very successfully though. This unexpected turn of events again showed the warmth of the Burmese.