Current location

Current location: Bandar Seri Begawan, Brunei Darussalam

dinsdag 12 april 2011

Rainy Dieng plateau

Gedurende ons verblijf in Jogjakarta besteedden we ook een paar dagen aan naar Wonosobo gaan om Dieng plateau te bezoeken. Daar zagen we tempels die niet bijzonder groot zijn, maar blijkbaar wel ongeveer de oudste Hindoetempels in Java. Daarna wandelden we door naar de vulkanische Kawah Sikidang krater met zwaveldampen en geothermie. Vandaar naar Telaga Warna, een meer met verschillende kleuren water maar dit was echter niet echt zichtbaar omwille van de hevige regenval. Omwille van de prachtige omgeving een erg geslaagde dag met maar 6 'hello misters'… Tussendoor wil ik even vermelden dat Indonesië op zich een erg goedkoop land is maar dat er veel kleine onkosten zijn die het dagelijkse leven aanzienlijk duurder maken. Zo moet je bijvoorbeeld telkens je je brommer parkeert een parkeerwachter betalen (echt overal, zelfs al is het alleen maar om geld af te halen). Ook moet je soms op één toeristische site opnieuw inkom betalen om een bepaald deel te zien. Een andere gewoonte die we hebben ondervonden op de bussen terug naar Jogja zijn de muzikanten die op de bus stappen, één liedje spelen, rondgaan met een zakje om in te doneren en dan de bus terug verlaten. Ik heb ze niet geteld maar ik denk dat we er 6 à 8 zien passeren hebben tijdens één busreis. Hopelijk begrijpen ze dan ook dat de laatsten op niet echt veel vrijgevigheid meer konden rekenen.


During our stay in Jogjakarta we also spent a few days going to Wonosobo to visit Dieng plateau. There we saw temples which aren't very spectacular in size but which apparently are about the oldest Hindu temples in Java. We walked on to the volcanic Kawah Sikidang crater with sulphur fumes and geothermal energy. From there on to Telaga Warna, a lake with different colours of water but not really visible because of the heavy rain. Because of the superb scenery a very nice day with only 6 'hello mister's'… In the meantime I would like to mention that Indonesia is a fairly cheap country, however there are a lot of small costs that make daily life a lot more expensive. For example, every time you park your motorbike you need to pay a parking guard (really everywhere, even when you only want to withdraw money). Sometimes you have to pay an extra entrance fee at a point of interest to see a separate part. Another habit we experienced on the buses to Jogja are the musicians who enter the buses, play one song, go through the bus with a bag to collect money and then leave the bus again. I didn't really count them but I think we've seen 6 to 8 of them on one bus journey. Hopefully they'll understand that the last ones in line cannot count on much generosity anymore.



vrijdag 8 april 2011

Jalan jalan di Jogjakarta dan Solo

We vlogen naar Jogjakarta en belandden daar meteen in het Prambanan guesthouse, mede-eigendom van Ludo Wauters, de oudere broer van Koen en Kris Wauters (volgens de krantenartikels - de mens zelf was niet te bespeuren). We wandelden naar het Kraton maar gingen niet binnen want we hadden dit beiden al eens gezien, maar bleven op het plein ervoor kijken naar enkele studenten die een soort van militaire parade oefeningen deden zoals ze die in school blijkbaar elke morgen doen voor het heisen van de vlag. Daarna wandelden we voorbij een plek waar toevallig een pencak silat wedstrijd bezig was en waar we de laatste 2 gevechten konden zien. Vandaar naar Malioboro, de Meir van Jogja. De volgende dag huurden we een brommer en reden naar het Merapi vulkaanmuseum met kaarten van vulkanische activiteit in Indonesië en beelden van erupties. Daarna wilden we naar het uitkijkpunt gaan om de Merapi zelf te zien maar dit werd ons verhinderd door de laatste eruptie van oktober 2010: we passeerden een rivier die nog vol lavastenen zat en strandden op een weg met een ingestorte brug. Terug in Jogja bezochten we het Sono Budoyo museum waar een bule een lesje gamelan kreeg en we vele wayang poppen zagen. Daarna gingen we lunchen in de warung van Meri's vriendin Astye en bezochten we het museum van Afandi (een lokale kunstenaar) en reden we met de brommer door naar Parangtritis (geen ziekte) voor een korte wandeling op het zwarte strand. Ik vroeg Meri of Solo de moeite was en wat er daar te zien was waarop ik als antwoord kreeg 'makanan enak, Boriiis!', hetgeen zoveel betekent als 'schitterend eten'. Dus namen we de trein naar Solo en bezochten het Kraton met een collectie koetsen, wapens en kunstvoorwerpen. We zagen ook een voorstelling van wayang orang (traditioneel theater) in het Javaans en begeleid door een gamelan orkest. Het verhaal was moeilijk te volgen maar de weinige actieve scènes waren best interessant vanuit de bewegingsleer. Na de voorstelling ging het doek dicht, het licht aan en spurtte iedereen (orkest incluis) naar buiten zonder applaus waardoor Meri en ik enigszins verdwaasd achterbleven.


We flew to Jogjakarta and immediately ended up in Prambanan guesthouse, co-owned by Ludo Wauters, the older brother of Koen and Kris Wauters (probably doesn't ring a bell to you but they're a local band in Belgium and quite popular). We walked up to the Kraton but didn't enter because we both had seen it before, but stayed on the plain in front looking at some students who did some kind of military parade exercises like they apparently do in school every morning before raising the flag. After that we coincidentally walked past a place where a pencak silat competition was going on and of which we could witness the final 2 fights. From there to Malioboro, the main shopping street of Jogja. The next day we hired a motorbike and drove to the Merapi volcano museum which had maps of the volcanic activity in Indonesia and pictures of eruptions. After that we wanted to go to the view point to see Merapi itself but it was impossible to get there due to the last eruption of October 2010: we passed by a river full of lava stones and stranded on a road with a collapsed bridge. Back in Jogja we visited the Sono Budoyo museum where a bule was getting a lesson in gamelan and where we saw many wayang dolls. After that we went for lunch to Meri's friend Astye's warung, visited Afandi's museum (a local artist) and drove by motorbike to Parangtritis (no disease) for a brief walk on the black beach. I asked Meri if it was worth it going to Solo and what I should see there and got the answer 'makanan enak, Boriiis!', which means that the food is excellent. So we took the train to Solo and visited the Kraton with its collection of carriages, weapons and art objects. We also saw a wayang orang (traditional theatre) show in Javan language and accompanied by a gamelan orchestra. The story was a bit difficult to grasp but the few active scenes were quite interesting with regard to the movements used. After the show the curtains closed, the lights went on and everybody (orchestra included) hurried outside without applause, leaving Meri and me a bit confused in the theatre.



dinsdag 5 april 2011

Escaping earthquakes in Jakarta

Ik besloot af te wijken van mijn globale planning en Meri te gaan bezoeken in haar thuisbasis Jakarta. Een gelukkig toeval zo bleek want tezelfdertijd vond er een aardbeving met een kracht van 7,0 plaats in Myanmar, de plaats waar ik normaal gezien naartoe zou gaan. In Jakarta haalde Meri me op van de luchthaven en de volgende dagen verkenden we de stad met haar brommer, al zigzaggend door het crazy verkeer (volgens mij bestaan er daar geen verkeersregels). Ook toonde ze me, al dan niet vergezeld van haar vrienden Hadi en Nuniek de restaurantjes waar de locals eten. We bezochten Taman Mini Indonesia Indah, een verzameling van huizen, traditionele klederdracht en voorwerpen uit de verschillende provincies. Ook brachten we een bezoek aan de zoo waar de dieren in ruime kooien zitten en ik mijn eerste witte tijger ooit zag en aangevallen werd door een cassowary. Ik bezocht ook Monas (Monumen Nasional), een museum over de onafhankelijkheid van Indonesië, getoond via diorama's. Tijdens een soort van filmfestival zagen we de Indonesische super hero film 'Gundala Putra Petir', volledig in bahasa indonesia en zonder ondertitels dus meteen een goede onderdompeling in de taal. Gelukkig was het verhaal even dun als de special effecten (de film dateert van 1981). In Jakarta werd ik op den duur wel een beetje gek van het 'hello, mister', 'where you going?' en de vraag of ik met mensen op de foto wil gaan en het slaapgebrek veroorzaakt door bed bugs, lawaaierige buren en de oproep tot het gebed, en dus was ik blij de stad te kunnen verlaten in de hoop terug wat rust te vinden.


I decided to divert from my global planning and visit Meri in her hometown Jakarta. This appeared to be a lucky shot because at the same time an earthquake with a force of 7.0 took place in Myanmar, the place where I normally would go to. In Jakarta Meri picked me up from the airport and the next few days we explored the city on her motorbike, zigzagging through traffic (I don't think they have any traffic rules). She also showed me, sometimes accompanied by her friends Hadi and Nuniek, the restaurants where the local people eat. We visited Taman Mini Indonesia Indah, a collection of houses, traditional clothing and objects from the different provinces. We also visited the zoo where the animals live in spacious cages and where I saw my first white tiger ever and got attacked by a cassowary. I visited Monas (Monumen Nasional) too, a museum on the independence of Indonesia shown through dioramas. During some kind of film festival we saw the Indonesian super hero movie 'Gundala Putra Petir', completely in bahasa indonesia and without any subtitles so a great introduction to the language. Fortunately, the story was as thin as the special effects (the film was released in 1981). In Jakarta I got a bit crazy after a while from 'hello, mister', 'where you going?' and the question of taking a picture with some people and the lack of sleep caused by bed bugs, noisy neighbors and the call for prayer, so I was happy to leave the city hoping to find some peace again.



donderdag 31 maart 2011

The historical magic of Sukhotai

In Sukhotai trotseerden we de hitte door gebruik te maken van de gratis fietsen die ons guesthouse aanbood om de historische site te bezoeken. Daar aangekomen bezochten we het Ramkhamhoeng National Museum, het King Ramkhmhoeng monument en de tempelruïnes in het centrale deel van de historische stad: Wat Sa Si (zuilenkolommen en grote zittende witte boeddha), Wat Tra Phang Ngoen (meer met eilandje), Wat Si Sawai (3 prangen en bodhiboom) en Wat Mahathat (groot complex met staande en zittende boeddha's en chedi's). Het noordelijk deel van de stad sloegen we over wegens opnieuw redelijk veel inkom betalen en niet zo interessant en gingen naar het oostelijk deel waar we de Wat Si Chum bezochten, die zeer indrukwekkend is omwille van een 15 m hoge zittende boeddha die volledig ommuurd is en de Wat Phra Phai Luang waarvan er echter nog maar één prang rechtstaat. Ook stootten we op de terugweg op de Wat Sorasak, een chedi gedragen door olifanten. Wat ik echter vooral leuk vond was dat ik denk de plek te hebben teruggevonden - een schuilhutje naast de Wat Sa Si - waar Stefan, Jan, Johan en ik Urska, Nika en Katja hebben leren kennen 10 jaar geleden.


In Sukhotai we faced the heat by using the free bikes our guesthouse provided and visited the historical site. Once arrived there we visited the Ramkhamhoeng National Museum, the King Ramkhamhoeng monument and the temple ruins in the central part of the historical city: Wat Sa Si (columns and a big white sitting buddha), Wat Tra Phang Ngoen (a lake with a small island), Wat Si Sawai (3 prangs and a bodhi tree) and Wat Mahathat (big complex with standing and sitting buddhas and chedis). The northern part of the city we skipped because we had to pay a reasonable big entrance fee again and it wasn't interesting enough and we went on to the eastern part where we entered Wat Si Chum, which is very impressive because of the 15 m high sitting buddha surrounded by walls and Wat Phra Phai Luang of which only one prang is still standing. On the way back we came across Wat Sorasak, a chedi supported by elephants. What I especially enjoyed was that I think I found the spot - a little hut next to Wat Sa Si - where Stefan, Jan, Johan and I met Urska, Nika and Katja 10 years ago.



zondag 27 maart 2011

Chiang Mai 3: things to experience - training of body and mind

Vermits ik toch een langere tijd op dezelfde plaats zou blijven, was het tijd om terug wat te bewegen. Tijdens een wandeling op goed geluk door de straatjes van Chiang Mai, kwam ik uit op een kung fu school. Daar nam ik pr!véles qi gong en leerde ik ba duan jin, een zeer interessante reeks van 8 oefeningen. Ik trainde ook 2 keer mee met de Tibetaanse kung fu. Voor zover ik het kon beoordelen een vrij basic stijl met hoge standen en lage kicks, geen conditietraining, nogal intern gericht en gefocust op praktische haalbaarheid. Via de tempel Wat Duan Sok nam ik ook deel aan een tweedaagse vipassana meditatieretraite. Eerst kregen we in de tempel les over boeddhisme en meditatie waarna we naar het meditatiecentrum buiten Chiang Mai gebracht werden. Vanaf dan was het volledige stilte. We openden de sessies en elke (vegetarische) maaltijd met chanten en leerden zittende, wandelende en liggende meditatie. Op het einde van de retraite was er een discussieronde om ervaringen uit te wisselen en vragen te stellen. Normaliter duurt een vipassana meditatie minimum 10 dagen en ik ben benieuwd wat dat geeft. Nu kon ik al een verhoogde concentratie merken, vergelijkbaar met mijn vorige ervaringen met meditatie maar meer gefocust. Nu op zoek dus naar het onmogelijke: een plek met een beetje rust en privacy om het geleerde te verdiepen…


Because I would stay for a longer time in one spot, the time had come to move a little again. During a random walk through the alleys of Chiang Mai, I found a kung fu school. There I took private lessons of qi gong and learned ba dian jin, a very interesting series of 8 exercises. I also attended 2 Tibetan kung fu training sessions. As far as I was able to judge it a quite basic style with high stances and low kicks, no warming up, rather internal and focussed on practical combat. Through the Wat Duan Sok temple I took part in a two day vipassana meditation retreat. First we got some lessons in buddhism and meditation in the temple after which we were transported to the meditation center outside of Chiang Mai. From then on we had to maintain complete silence. We opened the sessions and every (vegetarian) meal by chanting and learned sitting, walking and lying meditation. At the end of the retreat there was a discussion to exchange experiences and ask questions. Normally a full vipassana meditation takes 10 days and I am getting curious to experience that. Now I could already feel a higher concentration, comparable to my previous experiences with meditation but more focussed. Now looking for the impossible: a place with some peace and privacy to deepen what I learned...



donderdag 24 maart 2011

Chiang Mai 2: things to do - Animal Day

Tijl (die nog steeds herstellende is van een brommeraccident) en ik huurden brommers en gingen naar Mae Rim, een dorpje niet zo ver van Chiang Mai. We besloten om er een dierendag van te maken en zoveel mogelijk verschillende diersoorten in één dag te proppen. Eerst bezochten we de Siam Insect Zoo met reusachtig grote mestkevers, bidsprinkhanen en schorpioenen (op de hand - 'is it poisonous?', 'only a littlel bit') en een mooie vlindertuin. Daarna naar de slangenshow: een redelijk kitscherige vertoning van mannen die slangen pesten en dan net niet gebeten worden onder luid geroep van een vrouw in thais engels 'be caleful snake man, stil have poison!', maar de slangen (en vooral dan de King Cobra) waren best indrukwekkend. Ook werd hier blijkbaar een stuk van 'Rambo 4' opgenomen want foto's met Sylvester Stallone waren overal te zien. Vandaar naar de apenschool waar de makaken dunken in een basketring, op fietsjes rijden en handjes geven. In het Tiger Kingdom mochten we weer met de tijgers op de foto, deze keer echter zonder ketting. Ook waren er hier babytijgers te zien en voor een vrij scherpe prijs mocht je ermee spelen (dat hebben wij niet gedaan). Op de terugweg naar Chiang Mai passeerden we nog een olifantendorp en daarmee besloten we dan maar onze dierendag.


Tijl (who is still recovering from a motorbike accident) and me hired motorbikes and went to Mae Rim, a village not far from Chiang Mai. We decided to celebrate animal day and to try and see as many animal species as possible in one day. First we visited Siam Insect Zoo with gigantic dung beetles, praying mantises and scorpions (on our hand - 'is it poisonous?', 'only a little bit') and a nice butterfly garden. After that up to the snake show: a quite kitschy show of men teasing snakes and just not getting bitten while a woman is shouting in Thai English 'be caleful snake man, still have poison!', but the snakes (and especially the King Cobra) were quite impressive. Apparently a part of 'Rambo 4' was shot here because pictures of Sylvester Stallone were everywhere to be seen. From there on to the monkey school where the macaques were dunking balls in a basket, riding bicycles and shaking hands. In Tiger Kingdom we could go on the picture with tigers again, this time without chains. They too had baby tigers and for a rather steep price you were allowed to play with them (we didn't do that). On the way back to Chiang Mai we passed an elephant village and with that we concluded our animal day.



dinsdag 22 maart 2011

Chiang Mai 1: things to see - temples and markets

Vanuit Huay Xai verliet ik Laos en nam de ferry en daarna - terug op Thaise bodem - de bus naar Chiang Mai, de parel van het noorden. Deze stad staat vooral bekend voor haar 100 tempels (ik kan er een paar naast zitten). Oorspronkelijk was het de bedoeling om van hieruit het 'Monk for a month' programma te doen en een week in een tempel te gaan leven samen met de monniken. De organisatie die dit aanbood, doet het nu enkel nog als deel van een supertoeristische en superdure negendaagse rondrit in het noorden van Thailand. Niet voor mij dus! Bijgevolg was ik dus een pak vroeger in Chiang Mai dan gepland en had ik een zee van tijd. Na al dat reizen was het nog eens tijd voor wat rust en een tiental dagen ter plekke blijven. Gezelschap genoeg aldaar want mijn Canadese vrienden Patty en Stan (heb ik 2 jaar geleden in Tanzania leren kennen) vertoeven na hun rondreis in India een maand in Chiang Mai. Ook zag ik Nina en Jürg (SW) terug die ik tijdens het kajakken in Luang Nam Tha had leren kennen en tenslotte arriveerde Tijl (NL) die ik eveneens 2 jaar geleden in Tanzania heb leren kennen. Ook was het de bedoeling om Pai en Mae Hong Son te gaan bezoeken maar een plotse regen- en koudegolf uit China deden dit plan vervallen (en 16°C is voor hier best wel koud). In mijn tijd daar heb ik de tempels Wat Phra Singh, Wat Chedi Luang, Wat Chiang Man, Wat Pan Tao, Wat Monthian, Wat Lok Molee en Wat Jet Yot bezocht, de night bazaar, de silver market en de sunday market (2 keer) en het Chiang Mai National Museum. Tussendoor kon ik af en toe afkoelen in het (gemeenschappelijk) zwembad van Patty en Stan. Ook sprinkhanen geprobeerd en goedgekeurd. Tijdens een warme dag huurde ik een fiets om de Doi Suthep te beklimmen, bekend voor de Wat Phra That Doi Suthep tempel. Ongeveer 2/3 heb ik gefietst en 1/3 gewandeld, toch wel aangemoedigd door mensen op brommers en in auto's. Boven even onder een gazon sprinkler gaan staan om af te koelen, de prachtige tempel bezocht, een keiharde regenbui over mijn kop gehad en dan in de downhill zeven brommers er keihard afgereden…


From Huay Xai I left Laos and took the ferry and - back on Thai soil - the bus to Chiang Mai, the pearl of the north. This city is especially known for its 100 temples (I could be mistaken for 1 or 2). Originally the plan was to do the 'Monk for a month' program from here and to live among the monks for a week. Unfortunately, the organization that supplied this, now only offers it as part of a super touristy and super expensive nine day journey in the north of Thailand. Not for me! As a result I was a lot sooner than planned in Chiang Mai with loads of time. After quite some traveling the time had come for some rest and to stay in one place for 10 days. Company was not a problem because my Canadian friends Patty and Stan (whom I met 2 years ago in Tanzania) are staying for one month in Chiang Mai after traveling through India. I also saw Nina and Jürg (SW) again whom I met while kayaking in Luang Nam Tha and finally Tijl (NL) arrived whom I also met 2 years ago in Tanzania. My plans of also visiting Pai and Mae Hong Son vanished because of a sudden wave of rain and cold coming from China (16°C is quite cold here). In my time there I visited the temples Wat Phra Singh, Wat Chedi Luang, Wat Chiang Man, Wat Pan Tao, Wat Monthian, Wat Lok Moyee and Wat Jet Yot, the night bazaar, the silver market and the sunday market (2 times) and the Chiang Mai National Museum. In between I could cool down in Patty and Stan's (common) swimming pool. Also tried eating grasshoppers and liked it. On a hot day I hired a bicycle to climb Doi Suthep, known for the Wat Phra That Doi Suthep temple. Around 2/3 I cycled and 1/3 I walked, yet encouraged by people passing by on motorbikes and in cars. At the top I stood under a lawn sprinkler for a while to cool down, visited the magnificent temple, got rained down completely and then in the downhill overtook seven motorbikes full speed...